- Gerrit Cornelis Blom
- Bijnaam: "Gerrit de Stotteraar"
Gerrit Blom werd in 1920 geboren in Amsterdam. Zijn criminele
loopbaan begon rond 1940, toen hij inbrak bij een hoofdinspecteur van
politie. Aan het begin van 1948 werd Blom gearresteerd. Hij wist op 22
januari te ontsnappen door de tralies van zijn celraampje door te zagen.
- Op 20 maart 1948 werd Blom op 27-jarige leeftijd gearresteerd in Amsterdam nadat hij was betrapt bij een poging tot inbraak in de dr. Bloys van Treslongstraat. Nadat hij was betrapt trok hij een revolver en bedreigde hij zijn belagers. Toen de politie arriveerde probeerde Blom zwemmend te ontsnappen via het Marktkanaal. Hij richtte daarbij zijn wapen op de agenten die prompt op hem schoten. Blom gooide zijn vuurwapen daarop weg en probeerde via de markthallen aan de overkant te ontkomen. Daar werd hij echter gearresteerd. In zijn schoenen werden tussen de binnen- en buitenzolen enkele ijzerzaagjes gevonden.
- Op 9 juli 1948 wist Blom voor de derde keer te ontsnappen uit een huis van bewaring, wederom door de tralies door te zagen. Op 16 augustus werd hij weer gearresteerd in Den Haag. In de tussentijd had hij zich zeker aan 10 inbraken schuldig gemaakt.
Op 9 november 1948 werd er 6 jaar cel en tbr tegen Blom geëist. Op 22 november werd hij veroordeeld tot drie jaar cel en na afloop daarvan ter beschikkingstelling van de regering. In hoger beroep werd er op 17 maart 1949 zes jaar cel en
tbr geëist. Op 30 maart 1949 werd hij tot vier jaar veroordeeld.
Op 8 oktober 1949 zag Blom kans te ontsnappen uit de gevangenis in Utrecht. Een week later werd hij al weer gearresteerd in de woning van zijn zus in Amsterdam. Hij probeerde nog te vluchten via het W.C.-raampje en verzette zich hevig. Er werd zelfs een waarschuwingsschot gelost bij de arrestatie.
Aan het begin van 1952 kwam Blom voorwaardelijk vrij. Op 16 juli van dat jaar werd Blom gearresteerd op het dak van een woning in de Commelinstraat in Amsterdam na een inbraak. Hij werd betrapt door de bewoner.
In 1953 werd er 8 jaar cel tegen Blom geëist. Hij werd tot 4 jaar veroordeeld en op 8 maart 1953 besloot de officier van justitie in hoger beroep te gaan.
Op 4 oktober 1956 werd Blom gearresteerd in een woning aan de Ceintuurbaan in Amsterdam. Hij was sinds november 1955 weer op vrije voeten. Blom werd er van verdacht sinds zijn vrijlating weer een groot aantal inbraken te hebben gepleegd in Amsterdam.
Op 16 februari 1957 eiste de officier van justitie acht jaar celstraf tegen B. Volgens de officier zou hij in een jaar tijd ongeveer tachtig inbraken hebben gepleegd. Op 1 maart 1957 werd hij tot vier jaar veroordeeld door de rechtbank in Amsterdam. In hoger beroep werd hij door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar met aftrek. Dit was conform de eis.
Op 14 juni 1961 werd Blom gearresteerd op 41-jarige leeftijd bij het Centraal Station in Amsterdam. Hij was bij zijn arrestatie in het bezit van een tas met vier horloges, een filmapparaat, verschillende sieraden en inbrekerswerktuigen. De recherche stelde een onderzoek in naar de herkomst van de spullen.
Op 21 september 1961 werd er vier jaar cel tegen Blom geëist voor vier gevallen van diefstal uit woningen. De spullen in de tas bleken van diefstal afkomstig te zijn.
Op 29 september 1961 gelastte de rechtbank in Amsterdam een onderzoek van Blom in de psychiatrische kliniek van professor Kloek, de psychiatrische observatiekliniek van het gevangeniswezen in Utrecht (het huidige Pieter Baan Centrum).
Op 16 januari 1961 wist Blom met 2 medegevangenen, J.S. en J.V., beiden uit Tiel, te ontsnappen uit het huis van bewaring aan de Gansstraat in Utrecht. Ze hadden met een ijzerzaagje de tralies doorgezaagd. Blom werd de volgende ochtend weer opgepakt bij de gemeentegrens van Tiel.
De rechtbank in Amsterdam veroordeelde Blom op 17 mei 1962 wegens een reeks insluipingen en
diefstallen tot een gevangenisstraf van een jaar met aftrek van het voorarrest en verder terbeschikkingstelling van de regering. De officier van justitie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en het gerechtshof in Amsterdam veroordeelde Blom
op 15 oktober 1962 tot vier jaar celstraf met aftrek van het voorarrest.
In juli 1965 werd Blom in het Amsterdamse Bos aangehouden wegens schennis der eerbaarheid in aanwezigheid van twee meisjes.
Op 30 augustus 1965 werd Blom gearresteerd in Badhoevedorp door een Amsterdamse rechercheur die zat te vissen in de Ringvaart van de Haarlemmermeer. De rechercheur zag Blom uit een woning komen met een transistorradio en een fototoestel. Bij fouillering werd ook nog 75 gulden gevonden die hij had gestolen.
Op 23 december 1965 werd Blom voor de 62e keer veroordeeld voor inbraak. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar voor de inbraak in Badhoevedorp op 30 augustus.
Hij hield het in de jaren tachtig zo'n beetje voor gezien. In 1986 werd hij voor het laatst
veroordeeld en dat was een voorwaardelijke straf. De criminaliteit werd steeds harder, maar de geweldloze
Blom niet. Verhoudingsgewijs werd hij dus steeds meer een kleine krabbelaar. Er kwam aandacht voor zijn achtergrond: zijn reputatie waardoor hij moeilijk een baan kon vinden, zijn belabberde jeugd en zijn spraakgebrek. Dat waren trouwens ook de zaken die
Blom zelf graag naar voren bracht. Bovendien hij moest wel uit stelen voor vrouw en kind. Hij deed het immer voorkomen alsof hij niet anders kon. Waarom hij zo volhardend het dievenpad bewandelde is men nooit uitgekomen, de zestien rapporten die over hem zijn opgemaakt spreken elkaar tegen of blijven onduidelijk.