De Bokkenrijders
Tussen ongeveer 1730 en 1790 staken roversbendes de kop op in Zuid Limburg. Ze werden de bokkenrijders genoemd. Volgens een oud volksgeloof waren de bokkenrijders geesten die een pact met de duivel hadden gesloten. De bendes maakten dankbaar gebruik van de angst die onder de bevolking leefde. De bendes opereerden zeer gestructureerd en onder strenge geheimhouding. Er waren inwijdingsriten en een zwijgplicht. De glorietijd van de bokkenrijders zou zo'n 70 jaar hebben geduurd. De jacht op de bendes hadden veel weg van een heksenjacht en vele onschuldige mensen zijn gemarteld en ter dood veroordeeld.
Enkele leiders:
|
|
|
|