- De opbrengsten van drugshandel op straatniveau bestaat vaak uit
enorme hoeveelheden kleine coupures, vaak letterlijk sporttassen vol. Dat
geld moet omgewisseld worden in grotere coupures of buitenlandse valuta.
Het gaat hierbij vaak om grote bedragen. Een groep geldwisselaars wisselde
bijvoorbeeld eens in 10 maanden voor ongeveer 114 miljoen gulden voor 2
drugsorganisaties.
- Het wisselen bij reguliere financiële instellingen is in Nederland
aanzienlijk moeilijker geworden door 3 wetten:
- - Wet identificatie bij financiële dienstverlening (1993)
- - Wet op de melding van ongebruikelijke transacties (1994)
- - Wet op de wisselkantoren (1995)
- In 2001 werden er 76.085 ongebruikelijke transacties gemeld. Daarvan
werden er 22.232 als verdachte transacties doorgemeld aan de politie.
- Veel criminele samenwerkingsverbanden zijn na de invoering van de 3
wetten uitgeweken naar het buitenland om te wisselen. Vooral naar België,
maar ook Duitsland en Turkije.
- Soms worden legale ondernemingen gebruikt voor het wisselen.
Ondernemingen die daarvoor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld de
diamant-, kunst- en autohandel.
- Uit enkele onderzoeken naar drugsbendes bleek dat er gebruik werd
gemaakt van personen die werken bij financiële instellingen.
- Veel geld dat met georganiseerde criminaliteit is verdiend wordt niet
witgewassen maar verplaatst naar landen waar men geen vragen stelt over de
herkomst van het geld. Voorbeelden van dergelijke landen: Turkije, Irak,
Iran, Colombia, Nigeria, Slovenië, Kroatië, China, Tsjechië en de Oekraïne.
De samenwerking met deze landen verloopt moeizaam of is zelfs onmogelijk.
Dit bemoeilijkt het opsporen van het geld (en strafbare feiten).