Hendrikus van D.
Bijnaam:""
Hendrikus van D. werd geboren in 1962. Hij was afkomstig uit Berlicum. Hij was daar eigenaar van een autobedrijf. Volgens justitie was hij een hoofdverdachte van een drugsbende die zich bezighield met de handel in hennep en het witwassen van geld. 
Evert Hingst zou voor hem geld hebben witgewassen. Het onderzoek naar de bende van Van D. werd het Carwash-onderzoek genoemd. Hingst was aanvankelijk ook de advocaat van Van D.. Hingst werd echter door de rechter-commissaris afgewezen als advocaat van Van D. omdat hij vreesde dat beiden hun verklaringen op elkaar zouden afstemmen. Ook een kantoorgenoot van Hingst kreeg vervolgens geen toegang tot Van D. 
Van D. werd verdacht van onder meer belastingfraude en betrokkenheid bij hennephandel. Miljoenen euro's drugsgeld zouden zijn witgewassen.
De politie zou de bende op het spoor zijn gekomen door een groot aantal stortingen van vreemde valuta bij de huisbank van Van D. De hennep van de bende zou zijn verhandeld via een growshop van een man uit Den Bosch.
Op 12 juni 2003 werd Van D. als verdachte aangemerkt en werd een strafrechtelijk onderzoek geopend.
Op 21 september 2004 werd de bende opgerold. Samen met de 42-jarige Van D. werden nog een 44-jarige man uit Den Bosch en een 40-jarige man uit Den Haag aangehouden. Er werd door ruim 100 agenten op 13 plaatsen in en rond Den Bosch, Tilburg en Amsterdam huiszoeking gedaan. In december 2003 werden al invallen gedaan bij een autobedrijf in Berlicum en in het Belgische Loenhout. De Spaanse autoriteiten doorzochten op verzoek van justitie in Den Bosch ook de Spaanse villa van Van D..
Op 8 mei 2007 werd Van D. door de rechtbank in Den Bosch op 44-jarige leeftijd veroordeeld tot een celstraf van 27 maanden, waavan 9 voorwaardelijk.
Op 4 juni 2008 werd Van D. door het gerechtshof in Den Bosch tot 3 jaar veroordeeld. Volgens het hof konden de geldstromen van het autobedrijf van Van D. niet worden teruggevoerd op de exportverkopen van het bedrijf.