- Henk Orlando R.
Bijnamen:"Zwarte
Cobra","Eddy Murphy".
Henk Orlando R. werd op 4 maart 1951 geboren in Paramaribo, Suriname. Op 3-jarige leeftijd
was het met zijn familie naar Nederland gekomen. Na zijn schoolperiode werkte
hij enige tijd als metaalbewerker. R. hield zich in de jaren-70 bezig met de handel in 2e hands auto's
en in gestolen antiek. In mei 1977 werd hij veroordeeld tot 3,5 jaar cel voor
ondermeer handel in een gestolen rembrandt. Na zijn vrijlating ging hij zich
bezighouden met de drugshandel. Hij zat in het midden van de jaren-80 een straf
uit voor drugssmokkel in Marokko. R. is sinds het midden van de jaren-80 meer
dan een goede bekende van Johan V. In de periode dat hij in Marokko vast zit,
onderhoudt V., volgens verklaringen van getuigen, het gezin van R. In 1988 werd hij in België veroordeeld tot 10
jaar cel, maar hij zat van die straf geen dag uit. Na zijn vrijlating specialiseerde hij zich in
de drugssmokkel vanuit Marokko waar zijn organisatie zou beschikken over een
eigen netwerk van contactpersonen. Hij had een geschatte omzet van 240 miljoen
gulden. Aan het eind van 1990 zou R. een deal hebben gesloten met Fouad Abbas.
Hij zou samen met Abbas hasj smokkelen naar Canada. Hij handelt in die jaren in
zowel hard als softdrugs en xtc.
-
In het najaar van 1990 laat de Utrechtse
politie een misdaadanalyse maken op basis van informatie die gedurende 10 jaar
is verzameld. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van corruptie binnen het
Utrechtse korps. Uit het onderzoek van de Utrechtse politie komt ook naar voren
dat R. samen met Jaap van der Heiden een hasjtransport van 18.000 kilo heeft
opgezet. Het schip met de hasj, de Brittannia, wordt door de Britse douane geënterd
op 20 november 1992. Het is op dat moment de grootste hasjvangst in de Britse
geschiedenis. R. werd later ook genoemd als opdrachtgever voor de moord op Van
der Heiden.
-
R. werd op 10 mei 1993 gearresteerd door het Regionaal Recherche Team Utrecht
en werd zijn bende opgerold.
Volgens justitie was de totale omzet van de bende ongeveer 240 miljoen gulden.
Het geld werd voornamelijk witgewassen in Amsterdamse wisselkantoren. Een deel
van het geld werd geïnvesteerd in onroerend goed en in een
telecommunicatiebedrijf, waardoor de bendeleden snel van nummer en telefoon
konden wisselen. R. kreeg van de belastingdienst een naheffing van een kleine 12 miljoen gulden.
Op 29 maart 1994 werd Rommy door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot een celstraf van 5 jaar en een boete van bijna 1,5 miljoen gulden.
Rommy werd op 1 december 1994 door het gerechtshof in Amsterdam op vrije voeten gesteld, samen met Frans M. en Walter Douglas. Het hof oordeelde dat de CID utrecht bewust een aantal inkijkoperaties had verzwegen voor het OM en daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard. Tijdens de behandeling voor de rechtbank in Utrecht had het OM verklaard dat er geen inkijkoperaties hadden plaatsgevonden. Kort voor de behandeling bij het gerechtshof kwamen processen-verbaal boven water waaruit bleek dat de CID in 4 loodsen in Muiden en Landsmeer had ingebroken op zoek naar informatie.
Rommy werd wel tot een maand celstraf veroordeeld het bezit van een vuurwapen en een plak hasj.
Het gerechtshof veroordeelde Rommy alleen voor verboden wapenbezig en het bezit van 1 kilo hasj. Hij kreeg daarvoor 2 maanden celstraf en 1000 gulden boete.
Op 18 maart 1995 liet de advocaat van Rommy weten dat zijn cliënt bereid was om met de fiscus een regeling te treffen over de betaling van de belastingschuld.
In de nacht van 8 op 9 mei 1993
werd in Antwerpen Henie Shamel samen met zijn vriendin doodgeschoten. R.
werkte al sinds 1979 samen met Shamel in de hasjhandel. In 1983 zou er
tussen Shamel en Stanley Kai E. een probleem zijn ontstaan en Shamel zou
in 1984 een aanslag hebben laten plegen op E.. Henk R. werd daar op
aangekeken en dat zou voor hem reden zijn geweest om te breken met Shamel.
R. en Shamel zouden in 1984 een partij van 1300 kilo hasj hebben
geprobeerd te smokkelen, maar de partij werd onderschept. Voor deze partij
hasj werd R. in België tot 10 jaar veroordeeld. Shamel zou 1 a 2 miljoen
gulden hebben gevorderd van R. voor de verloren drugs, maar R. weigerde
dit te betalen. In 1991 zou Shamel van plan zijn geweest om R. te
ontvoeren om zo alsnog aan zijn geld te komen. Hij zou hiervoor Geurt R.
hebben benaderd. Die zou echter ruzie met Shamel hebben gekregen en het
plan ging niet door. Op 1 februari 1992 zou Henk R. van Rob Kouffeld
hebben gehoord dat Shamel een aanslag op R. wilde laten plegen. R. zou na
zware druk van Shamel uiteindelijk kleine bedragen hebben betaald. R. zou Jesse R. hebben benaderd om Shamel te
liquideren en er zou 150.000 gulden zijn betaald voor de moord, die zou
zijn uitgevoerd door Siegfried S. en Mitchel R. In de zomer van 1994
werd Henk R. aangehouden als verdachte voor de liquidatie van Shamel. Hij
kwam al snel weer vrij in verband met gebrek aan bewijs.
- Henk R. zou bij de geboorte
van Jesse R. aanwezig zijn geweest en ook de peetvader van R. zijn.
- Op 3 juli 1998 werd een
27-jarige man in Amsterdam veroordeeld tot 9 jaar cel voor een mislukt
transport van 50 kilo cocaïne en enkele honderden kilo's hasj van
Nederland naar Engeland. De man zou ook achter een plan zitten om Henk R.
uit de weg te ruimen. Hij zou R. verantwoordelijk hebben gehouden voor het
mislukken van het transport.
-
In januari 1998 werd hij in Spanje
gearresteerd,nadat de Amsterdamse politie een internationaal opsporingsbevel
tegen hem had uitgevaardigd. In mei 1999 werd hij uitgeleverd aan Nederland,
waar hij terecht moest staan voor deelname aan een criminele organisatie en een
drugstransport naar Engeland. Op 1 december 1999 werd zijn voorarrest niet
verlengd, omdat de Amsterdamse rechtbank verwachtte dat zijn straf lager zou
uitvallen dan de totale tijd dat R. al in voorarrest zat.Op 7 februari 2000 werd
R., overeenkomstig de eis, vrijgesproken van deelname aan deelname aan een
criminele organisatie. Op 10 februari werd er 5 jaar geëist tegen hem in
verband met het drugstransport naar Engeland en op donderdag 24 februari 2000
werd hij voor dat transport veroordeeld tot 3.5 jaar cel. Henk R. ging in beroep
tegen deze veroordeling. Op 1 december 2000 werd hij opnieuw gearresteerd omdat
hij na zijn vrijlating in december 1999 zich opnieuw zou hebben beziggehouden
met drugshandel. Op 3 april 2003 werd hij gearresteerd en op 22 juli veroordeeld
tot 1 jaar cel. R. werd op 12 november 2003 gearresteerd in Malaga, Spanje. In maart 2003 zou hij zaken hebben gedaan met een undercover DEA agent. In april 2004 werd bekend dat Nederland om zijn uitlevering zou gaan vragen bij Spanje. Uiteindelijk zag Nederland daar toch vanaf.
R. eiste vervolgens in een kort geding dat hij alsnog uitgeleverd zou worden aan Nederland en niet aan de USA.
Op 11 augustus 2004 besliste de rechtbank in Den Haag dat Nederland niet bij
Spanje om zijn uitlevering hoeft te vragen. Als R. toch aan Nederland zou zijn
uitgeleverd en daarna pas aan de USA, dan zou hem dat een veel kortere celstraf
hebben opgeleverd.
- Aan het eind van december 2004
beslistte Spanje dat R. aan de USA uitgeleverd mocht worden en in 2005 werd R.
dan ook uitgeleverd
aan de USA. Er hangt hem een straf van minstens 10 jaar cel boven het
hoofd. In augustus 2005 werd in een column in de Telegraaf geschreven over
R. Hij zou het zwaar hebben in de gevangenis (Metropolitan Correctional
Center in New York) waar hij een cel zou delen met de zoon van de
overleden mafiabaas John Gotti.
Hij zou
financieel aan de grond zitten en zou een aanbod van een Amerikaanse
aanklager om in ruil voor een schuldbekentenis een gevangenisstraf van 87
maanden te accepteren, hebben afgeslagen. In september 2005 moet hij zich
verantwoorden voor een jury. Aan het eind van september werd bekend dat de
belangrijkste bewijzen tegen R. afkomstig zijn van een Nederlandse
informant. Hij zou R. naar de Bermuda's hebben gelokt waar er met een
DEA-agent werd gesproken over het opzetten van een xtc-lijn van Nederland
naar de USA. Op 30 september 2005 werd R. schuldig bevonden door de
Amerikaanse jury.
- Aan het begin van januari 2006
vroeg minister Donner van justitie de USA om opheldering over een verboden
opsporingsactie van de DEA in Nederland. Een Nederlandse criminele
informant probeerde samen met een DEA agent R. over te halen om xtc naar
de USA te smokkelen. Deze manier van uitlokking is in Nederland verboden.
De USA had Nederland gevraagd een dergelijke actie te mogen uitvoeren en
dit verzoek was door de Nederlandse justitie afgewezen. De Amerikanen
hebben de actie echter toch doorgezet.
- Op dinsdag 17 januari 2006
werd R. tot 20 jaar cel veroordeeld.
- R. diende een verzoek in om
zijn straf uit te mogen zitten in Nederland. De Amerikaanse justitie wees
dit verzoek af in april 2009. Volgens het ministerie van justitie vanwege
het ernstige misdrijf waarvoor R. was veroordeeld en het feit dat hij nog
een hoge boete zou hebben openstaan.
- Op 11 oktober 2011 werd Harrie
W. als getuige gehoord in het grote liquidatieproces. Hij verklaarde dat
hij ergens tussen 1993 en 1995 voor Henk R. was gaan werken. Henk R. en
'Moppie' R. zouden hem in vertrouwen hebben verteld over enkele
liquidaties. Volgens W. had 'Moppie' hem verteld dat Henie Shamel en Anne
de Wit in opdracht van Henk R. waren geliquideerd omdat R. dat goedkoper
zou hebben gevonden dan zijn schuld van meer dan één miljoen gulden af
te lossen. W. verklaarde dat hij de bekentenis van 'Moppie' als een
waarschuwing had opgevat: leen R. geen al te grote bedragen, want voordat
je het weet, ga je eraan.