- Adelbert N.A.M. Josephus Jitta
- Adelbert Josephus Jitta werd geboren in Alkmaar op 24 september 1938.
Hij was gedurende zijn loopbaan onder meer officier van justitie in
Leeuwarden en Alkmaar, advocaat-generaal bij het gerechtshof in Amsterdam, hoofdofficier
van justitie in Alkmaar (1982- 30 september 1994), gedetacheerd ambtenaar
op het departement van justitie in Den Haag (1 oktober 1994 - ), rechter
in Amsterdam, waarnemend hoofdofficier van justitie in Groningen (6 mei
1998 - 29 oktober 1998)en vice-president van de rechtbank in Amsterdam.
- Mr. Josephus Jitta haalde in oktober 1966 voor het eerst de pers als
substituut-officier van justitie. Hij won als lid van een team van het
Korps Luchtwachtdienst een beker tijdens een wedstrijd vliegtuigherkenning
in Den Haag. Daarna stond hij in de krant als aanklager in een
dierenmishandelingzaak, een mishandelingzaak en een zaak tegen een
dierenarts wegens overtreding van de Antibioticawet (1967).
- De volgende zaken waamee hij de pers haalde waren een hennepzaak en een
oplichtingzaak. Het betrof een zaak tegen een Rijksambtenaar die betrapt
was toen hij 330 gram henneptoppen had geoogst uit zijn moestuin achter
zijn huis in Bergen. De politie deed op 22 september 1971 een inval in de
woning van de man na een tip van een collega van de ambtenaar. Josephus
Jitta merkte tijdens de rechtszaak op dat de 330 gram henneptoppen de
grootste hoeveelheid hennep was die hij ooit onder ogen had gekregen. Hij
eiste 50 gulden boete tegen de man. De rechter veroordeelde hem tot 25
gulden boete.
- De oplichtingszaak betrof een man uit Den Helder die kettingbrieven
had verstuurd naar Duitsland. Elke deelnemer maakte 6 mark over naar de
man uit Den Helder. Hij zou er zeker 26.652 gulden mee hebben verdiend en
de man stak dit geld in zijn assurantiekantoor. Mr. Josephus Jitta eiste
in augustus 1972 een boete van 13.000 gulden tegen de man.
- Josephus Jitta was in 1974 betrokken bij het onderzoek naar
hasjsmokkel met de kotter Lammie. Bij de onderschepping van de Lammie op
25 april 1974 vuurde een Nederlands marineschip, onder zijn
verantwoordelijkheid, schoten af op de kotter. Kort na de onderschepping
liet Josephus Jitta weten dat er waarschijnlijk zo'n 4000 kilo hasj van de
Lammie werd vermist. Enkele dagen later kwam hij daar weer op terug en gaf
hij aan dat er geen 10.000 kilo aan boord was geweest, maar 'slechts'
5000.
- Op 18 juni 1974 eiste Josephus Jitta 15 maanden celstraf tegen drie
bemanningsleden van de Lammie voor hun aandeel bij de hasjsmokkel. Tegen 6
andere verdachten had hij celstraffen van 10 maanden tot 2 jaar geëist.
Tegen de hoofdverdachten Frits Adriaanse en Willem L. eiste Josephus
Jitta op 15 oktober 1974 vier jaar celstraf. Hij vond dat Adriaanse en L.
geen toevallige door emoties geleide mensen waren die zich bezig hadden
gehouden met hasjsmokkel, maar dat beiden koel en weloverwogen te werk
waren gegaan, geleid door winstbejag. Hij karakteriseerde hen als
beroepsmatige gokkers wier kaliber al zou blijken uit de mensen uit hun
omgeving. Een omgeving waar chantage en bedreigingen met de dood, soms ook
de uitvoer daarvan, niet ongebruikelijk zouden zijn. Zo zei Josephus Jitta
een link te vermoeden tussen de moord op een man in een tuinhuisje in
Hilversum en Adriaanse. De officier noemde Adriaanse en L. leden van een
georganiseerde onderwereld, "de Amsterdamse mafia op bescheiden
schaal".
- Op 9 november 1976 eiste Josephus Jitta negen jaar celstraf tegen het
Chinese triadelid (14K) Tak Lam L. uit Rotterdam voor de moord op Sau-Fan
Cheung, die voor L. zou hebben gewerkt als heroïnekoerierster. Tegen twee
andere verdachten, Wai Choi Ay en Lie Hung C. eiste hij acht jaar cel.
De drie Chinezen werden op 24 november vrijgesproken omdat de rechtbank in
Alkmaar vond dat wettig en overtuigend bewijs niet was geleverd.
- Adelbert Josephus Jitta gold als een voorstander van het sluiten van
deals met criminelen om grotere zaken op te kunnen lossen en hij zou
gezien worden als geestelijk vader van de undercoveragenten in Nederland.
Aan het eind van de jaren-70 zou hij als advocaat-generaal in Amsterdam
afspraken hebben gemaakt met een veroordeelde drugscrimineel. In ruil voor
strafvermindering zou de crimineel informatie verstrekken over mogelijke
corruptiepraktijken bij de Amsterdamse politie.
- Ook zou hij betrokken zijn geweest bij het opzette van de
pluk-ze-wetgeving, bedoeld om criminelen hun illegaal verdiende geld af te
pakken.
- Na rellen op koninginnedag in 1980 in Amsterdam eiste
procureur-generaal Josephus Jitta bij het gerechshof in Amsterdam forse
celstraffen tegen relschoppers. De eisen waren allemaal hoger dan de
straffen die door de politierechter eerder waren opgelegd en soms ook
hoger dan de eisen die de officier van justitie in eerste instantie had
geëist.
- In oktober 1984 vertelde Josephus Jitta tijdens een symposium ter
gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Alkmaarse gevangenis
Schutterswei dat er wat hem betrof meer dan één gevangene in een cel
geplaatst konden worden. Hij achtte die maatregel gewenst omdat het
maatschappelijk onaanvaardbaar zou zijn dat gedetineerden vrij werden
gelaten wegens cellentekort.
- Als hoofdofficier van justitie in Alkmaar was Jitta betrokken bij het
onderzoek naar de organisatie van Stanley E.
die op 20 december 1985 werd opgerold.
- Mr. Josephus Jitta gelastte in augustus 1993 een onderzoek naar de
vermeende mishandeling van voetballer Ronald Schouten van de Helderse
selectie. De amateurvoetballer zou tijdens een oefenwedstrijd tegen
Feyenoord een kaakslag hebben gekregen van een Feyenoord-speler. Hij liep
daarbij een gebroken kaak op, maar zag af van aangifte.
- In september 1993 werd Josephus Jitta met de dood bedreigd door ene
Patrick S., een crimineel uit Den Helder die op 9 september uit het
Alkmaarse huis van bewaring was ontsnapt. De man was in september 1992,
samen met zijn broer, door de rechtbank in Alkmaar veroordeld tot drie
jaar celstraf voor een serie inbraken in Noord-Holland. Volgens een
andere crimineel, overvaller Hans van O., zou Josephus Jitta hem een
mildere straf hebben beloofd als hij meewerkte om de gebroeders achter de
tralies te krijgen. De deal ging niet door maar zou wel kwaad bloed hebben
gezet bij de broers. Op 17 september werd Patrick S. in Amsterdam
gearresteerd. De Rijksrecherche deed onderzoek naar de deal die Josephus
Jitta met de crimineel wilde sluiten en kwam tot de conclusie dat er niet
ongeoorloofd was gehandeld.
- In de jaren-90 was Josephus Jitta ook pleitbezorger van een nieuwe
euthanasiewet. Hij wilde heldere regels, vastgelegd in een wet, die zouden
zeggen wanneer en onder welke voorwaarden euthanasie was toegestaan.
Al in de jaren-80 zou Josephus Jitta afspraken hebben gemaakt met artsen
over euthanasie. In 1984 schreef hij een initiatiefwetsontwerp. Van 1994
tot 2002 was Josephus Jitta bestuurslid van de NVVE, de Nederlandse
Vereninging voor Vrijwillige Euthanasie.
- Op 30 juni 2010 overleed Adelbert Josephus Jitta in Alkmaar op
71-jarige leeftijd.
-