De Kempenbende

De Kempenbende was een bende die zich in Zuidoost-Brabant bezighield met overvallen en inbraken in bedrijven en winkels. De buit bestond vooral uit kleding (soms op bestelling gestolen), electronica (tv’s) en juwelen. In Eindhoven en wijde omgeving zouden gemiddeld elke nacht één tot twee auto’s zijn gestolen door de bende. Meestal gloednieuwe BMW’s of Mercedessen. De auto’s zouden vervolgens zijn voorzien van valse kentekenplaten en zijn gebruikt bij nachtelijke plundertochten. Het merendeel van de auto’s dook vroeg of laat weer op als ze uit een kanaal werden gevist of uitgebrand op een landweg werden teruggevonden. Meestal ontbrak de achterbank van de teruggevonden auto’s. Sommige auto’s werden gebruikt bij ramkraken. In de weinige auto’s die tot stilstand konden worden gedwongen door de politie werden radio-ontvangers gevonden waarmee de politieradio kon worden afgeluisterd.
In het gebied rond Eindhoven moest de gealarmeerde politie vaak zo’n grote afstand afleggen, dat de bendeleden hun karwei in alle rust konden afwerken, waarbij ze vaak nieuwsgierige omwonenden met dreigementen op afstand hielden. Afentoe kwam het tot achtervolgingen en werden er wegafzettingen geramd of op de achtervolgende agenten geschoten. Ook werden door bendeleden regelmatig kraaienpoten geworpen om de politiewagens af te schudden. 
Bij een achtervolging reed een verdachte zich in Heeze te pletter tegen de gevel van een woning. Na dit ongeval zou de strijd tussen de bendeleden en de politie zijn verhard. Agenten werden bedreigd en kregen bijvoorbeeld te horen dat men wist ‘waar de kinderen op school zitten’.
De bendeleden waren bij veel mensen in Zuid-Oost Brabant bekend. Het probleem voor de politie was dat ze weinig konden beginnen zolang ze niet op heterdaad werden betrapt of er juridisch steekhoudend bewijs was geleverd. De bendeleden zouden afkomstig zijn uit woonwagencentra.
De politie, toen nog verdeeld in Rijkspolitie en Gemeentepolitie, zette in oktober 1978 een zogeheten Kempenteam op dat onderzoek moest doen naar de Kempenbende. Dit team bestond uit 30 tot 40 man en kon op bepaalde momenten worden aangevuld tot bijna 100 man. Het kwam tot stand na overleg tussen de commissaris van de koningin in Noord-Brabant en vertegenwoordigers van het OM en de politiekorpsen uit de Kempen.
Aanvankelijk probeerde het team de bendeleden op heterdaad te betrappen. Die methode bleek echter te gevaarlijk. Het Kempenteam had in april 1979 al meer dan vijftig arrestaties in het hele land verricht, waarmee zeker 200 misdrijven werden opgelost. De arrestanten werden verdacht van kleding- en antiekdiefstallen, overvallen op burgers en bankinstellingen, gebruik van vuurwapens, autodiefstal en heling. De waarde van het gestolene bedroeg vele miljoenen guldens.
Onder de vijftig gearresteerden zou zich een harde kern bevinden van negen mannen waarop het Kempenteam vooral jacht op had gemaakt. De leden van die harde kern, tussen de 25 en 45 jaar oud, waren allen afkomstig uit Zuidoost Brabant. Er werden ondermeer arrestaties verricht op woonwagencentra in Eindhoven.
De Kempenbende zou het gebruik van grof geweld niet hebben geschuwd, ook niet tegen criminele concurrenten.
 
Enkele bendeleden:
Toon P.
P. kwam uit Eindhoven. Hij was één van de hoofdverdachten van de Kempenbende. Op 28 of 29 maart 1979 ontsnapte P. op 29-jarige leeftijd in Best uit een personenauto, toen hij met twee parketwachters op weg was van de gevangenis in Maastricht naar Den Bosch. Twee maanden later meldde hij zich bij de politie. Volgens eigen zeggen meldde hij zich weer omdat hij bang was dat hij door de politie doodgeschoten zou worden.
Op 25 juli 1979 eiste het OM negen jaar celstraf tegen P. Volgens de officier van justitie had de Kempenbende meedogenloos opgetreden. “Topcriminaliteit”, aldus de officier.
Tijdens de rechtszaak werden uiterst belastende verklaringen van bendelid Janus N. over Toon P. voorgelezen. N. weigerde zelf om tijdens de rechtszaak iets te zeggen. 
Tinard P., een ander bendelid, had verklaard dat P. de inbraken en kraken had georganiseerd en zou hebben gezorgd dat de buit werd verkocht. Ook hij weigerde tijdens de rechtszaak iets te zeggen.
P. werd ondermeer verdacht van een kraak in een bontzaak in Geleen op 12 oktober 1978. Er was tijdens die kraak geschoten op de bovenbuurman en overbuurman van de winkel. Ook Willy S. weigerde eerder afgelegde verklaringen over P. te herhalen in de rechtszaal.
Het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld Toon P. op 14 mei 1986 tot twaalf jaar cel voor het plegen van roofovervallen. Een aantal van de overvallen pleegde hij tijdens verlof van zijn detentie. Het OM had veertien jaar cel geëist.  
A.P.
A.P. was een oom van Toon P. Hij kwam uit Waalre en was één van de hoofdverdachten van de Kempenbende. Hij ontsnapte in oktober 1980 op 30-jarige leeftijd uit de gevangenis in Veenhuizen.
Op 22 oktober 1980 werd hij in Eindhoven weer gearresteerd.
Op 14 mei 1986 werd hij door het gerechtshof in Den Bosch op 37-jarige leeftijd veroordeeld tot 8 jaar cel voor het plegen van roofovervallen. In juni 1985 was hij veroordeeld tot tien jaar cel door de rechtbank in Den Bosch.
Frans P.
P. zou een van de hoofdverdachten van de Kempenbende zijn geweest. Hij hield zich ondermeer bezig met afpersing, inbraken, overvallen, oplichting en autodiefstal. Hij overleed rond 1984. Hij zou zijn verdronken nadat hij was gaan zwemmen in ijskoud water na drank- en drugsgebruik.