de drievoudige moord op Hells Angels in Limburg.  

 
Op vrijdag 13 februari 2004 werden er drie lijken gevonden in de Geleenbeek in Echt na een melding van een medewerker van Rijkswaterstaat dat er een lijk in het water lag. Toen de brandweer het stoffelijk overschot uit het water haalde, werden de andere twee lichamen gevonden. Al snel werd bekend dat het ging om drie leden van de Nomads uit Oirsbeek, een afdeling van de Hells Angels. Het betrof de president Paul de Vries, zijn aanstaande schoonzoon Cor Peijnenburg en Serge Wagener. In de eerste berichten werd gemeld dat de slachtoffers waarschijnlijk vrijwillig naar de Geleenbeek waren gekomen en daar waren doodgeschoten. Het motief werd in eerste instantie gezocht in de rivaliteit tussen verschillende motorclubs. Op woensdag 18 februari werden de drie leden van de Nomads begraven in het graf van de club. 
Op maandagavond 8 maart werden in Limburg een aantal arrestaties verricht, waaronder leden van de aan de Hells Angels gelieerde Curaçaose motorclub Caribbean Brothers. De arrestaties zouden zijn verricht na informatie dat de drie Nomads leden werden vermoord in verband met de diefstal van een partij cocaïne van zo'n 300 kilo van Colombianen.  De Colombianen zouden verhaal zijn komen halen en binnen de Nomads zou onenigheid zijn ontstaan over het oplossen van het probleem. De twee leden van de Caribbean Brothers zouden op het matje zijn geroepen omdat zij betrokken zouden zijn geweest bij de drugsdeal. Zij zouden zijn gegijzeld door leden van de Nomads en de Nationale Recherche besloot daarop in actie te komen. Er werd ook een inval gedaan in het clubhuis van de Nomads in Oirsbeek. Het clubhuis werd afgesloten en er werd een uitgebreid sporenonderzoek gestart. Op basis van verklaringen van één van de leden van de Caribbean Brothers gaat de politie er vanuit dat de drie Nomads ter verwantwoording zijn geroepen in het clubhuis en dat ze daar vervolgens zijn vermoord. Het rechercheteam beschikte inmiddels over een getuige die verklaarde dat een van de slachtoffers uit een raam van het clubhuis was gegooid.
Op woensdag 16 en donderdag 17 juni 2004 werden elf leden van de Nomads gearresteerd door de Nationale Recherche. De voltallige motorclub werd er door justitie van verdacht de drie moorden in eendrachtige samenwerking te hebben uitgevoerd. De drie zouden volgens justitie eerst zijn gemarteld en toen zijn doodgeschoten in het clubhuis. Daarna zouden de lichamen zijn gedumpt in de Geleenbeek bij Echt. De leden van de motorclub hoopten hiermee wraakacties van de Colombianen te voorkomen en toekomstige cocaïneleveranties veilig te stellen. In het clubhuis van de Nomads zouden bloedsporen zijn aangetroffen van de drie slachtoffers. Tevens zou er nieuw pleisterwerk zijn aangebracht, werd de vloerbedekking van de vergaderruimte verwijderd en zou het meubilair zijn verwijderd en zijn verbrand in oliedrums op de binnenplaats. 
Op 31 januari 2005 begon in Amsterdam het proces tegen vijftien leden van de Nomads. Alle vijftien staan terecht voor de moorden op Paul de Vries, Serge Wagener en Cor Peijnenburg. Twee leden staan tevens terecht voor de moord op Steven Chocolaad, een Antilliaan die betrokken zou zijn geweest bij de drugshandel en die in mei 2003 werd vermoord. Er werden zeventien zittingsdagen uitgetrokken voor het proces. Op de eerste dag van het proces werd bekend gemaakt dat een deel van het proces op een geheime plek zou worden gehouden.De tweede dag van het proces werd gehouden in de extra beveiligde rechtszaal in Rotterdam. Getuige Angelo D. verklaarde op die dag dat de Amsterdamse Hells Angels de opdracht zouden hebben gegeven om de drie Nomads te vermoorden. Big Willem, president van de Amsterdamse Hells Angels ten tijde van de moorden, werd opgeroepen als getuige. Hij verklaarde dat hij vooraf niets wist over de drievoudige moord. Op 18 februari 2005 werd er tegen veertien leden van de Nomads levenslang geëist. Tegen een vijftiende verdachte Nomad werd vier jaar celstraf geëist in verband met een schietpartij.
De rechtbank veroordeelde op 17 maart 2005 twaalf Nomads tot 6 jaar cel voor doodslag op Paul de Vries. Drie leden van de motorclub werden vrijgesproken. Voor de doodslag op Cor Peijnenburg en Serge Wagener werden de Nomads vrijgesproken omdat niet te bewijzen valt wie dit tweetal heeft doodgeschoten. Omdat De Vries aanvankelijk wist te ontsnappen door uit een raam te springen en pas daarna werd gedood, werden de twaalf Nomads die hierbij aanwezig waren veroordeeld voor doodslag omdat geen van hen heeft verhinderd dat De Vries alsnog werd gedood nadat hij terug in het clubhuis was gehaald. Het OM ging tegen deze uitspraak in beroep.
Op 21 juli 2006 moest het OM in het hoger beroep een gevoelige klap incasseren. De rechtbank besloot dat verklaringen van een anonieme getuige niet als bewijs gebruikt mochten worden. Een andere getuige bleek spoorloos verdwenen. Op 11 september werd er door het OM twaalf keer 20 jaar cel geëist. Mocht het hof alleen doodslag bewezen vinden, dan zou het OM 15 jaar cel voor elk van de 12 Nomads eisen.
Eind november 2006 werd bekend dat een belangrijke getuige tegen de Nomads een notoire leugenaar en oplichter is.
Op 15 juni 2007 werden de Nomads vrijgesproken van de drievoudige moord. Het gerechtshof in Amsterdam stelde vast dat de Nomads de schijn volop tegen hebben, maar dat hard bewijs ontbreekt, zodat vrijspraak moest volgen.