Het Octopus-syndicaat

In maart 1994 werden twee advocaten gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een misdaadnetwerk dat op grote schaal drugs smokkelde van Pakistan naar Nederland en Canada. Na de arrestatie van de twee advocaten verschenen bijna dagelijks berichten in de media over misdaadnetwerk dat al snel de naam Octopus kreeg. Octopus zou talloze op het oog legale ondernemingen, waaronder banken en beursfondsen, in zijn greep hebben en zou niet schromen om medewerkers van justitie te bedreigen, af te luisteren, om te kopen of bij hen in te breken. Eén van de zaken die aan Octopus werden toegeschreven, waren de acties tegen officier van justitie Valente. Hij werd meerdere malen bedreigd, mishandeld en er werd bij hem thuis ingebroken. Zo was er onder meer het "Sinterklaas-offensief". Er werden een fax met bedreigingen en een brief met gestolen floppy's uit zijn huis verstuurd die ondertekend waren door "Sint en Piet". In rijmvorm werd Valente duidelijk gemaakt dat men hem op de korrel had en dat hij maar beter met zijn werk kon stoppen.
Op 14 januari 1995 verklaarde officier van justitie  J. Valente dat Octopus helemaal niet bestond. De term Octopus was volgens hem ' een verzinsel van De Telegraaf'. Peter R. de Vries verklaarde later in het Algemeen Dagblad dat 'de Octopus-organisatie letterlijk door de media in het leven is geroepen'. Het zou voor journalisten veel makkelijker zijn om de georganiseerde misdaad onder een noemer te laten vallen dan het over tal van figuren en organisaties te moeten versnipperen.  Volgens het Utrechts Nieuwsblad was Octopus slechts de naam van een computerbestand, waarin vertrouwelijke informatie van Criminele Inlichtingendiensten kan worden gekoppeld aan gegevens uit onderzoeken naar drugsbendes en witwaspraktijken. 
De parlementaire enquêtecommissie Van Traa constateerde dat 'er in Nederland geen Octopus is die de georganiseerde criminaliteit in het gehele land omspant. Een dergelijke syndicaat bestaat niet, ook niet in de sfeer van de drugsgroothandel.'
In juli 1995 sprak de Amsterdamse officier van justitie mr. F. Teeven echter met klem tegen dat Octopus een verzinsel is. Volgens Teeven 'is er in Nederland een misdaadkartel actief, dat naar de mening van het Openbaar Ministerie de vorm van een reusachtige octopus heeft aangenomen. De tentakels van deze misdaad-inktvis strekken zich uit tot in de allerhoogste kringen.'
In medio 1991 werd door de Amsterdamse recherche een misdaadanalyse opgesteld. De aanleiding voor de analyse is een tip uit november 1989 van een Canadese informant. Nederland, Canada, Duitsland, Zwitserland, Italie en de USA werken op dat moment samen aan een onderzoek naar een grensoverschrijdende organisatie die zich bezighoudt met witwassen van drugsgeld. De naam van de grensoverschrijdende organisatie zou Octopus zijn geweest.
In april 1995 meldden de media dat kopstukken van de Amsterdamse politie en justitie waren bedreigd door misdaadorganisatie ‘Octopus’. De drugsbende zou in een brief hebben geschreven dat er terreuraanslagen zou worden gepleegd als niet voor het einde van april 1995 enkele kopstukken van Octopus zouden zijn vrijgelaten. Zo zou zijn gedreigd om het Amsterdamse paleis van justitie op te blazen. Verder werden dreigementen geuit tegen politiewoordvoerder Wilting, hoofdofficier van justitie Vrakking en korpschef Nordholt. 
Het openbaar ministerie vermoedt in 1996 dat de hoeveelheid hasj die door de bende van Johan V., de verondersteld leider van Octopus, is vervoerd waarschijnlijk de vier ton benaderd. De verkoopwaarde bedraagt bij een voorzichtige schatting al meer dan een miljard gulden. 
De verschillende organisaties die worden genoemd als tentakels van Octopus hebben meerdere vennootschappen zoals rederijen en handelsondernemingen in handen. Ook zou het syndicaat een eigen bank hebben gehad: De Femis Bank. Op minstens 20 rekeningen bij die bank werden 68.8 miljoen gulden en 6 miljoen dollar gestort. Aan het begin van 1991 werd onder druk van een naderend faillisement 38 miljoen opgeëist. Na bedreigingen aan het personeel en een directeur zou er 17,5 miljoen zijn uitgekeerd. 
Justitie deed overigens bijna zaken met de organisatie van Johan V. In verband met een onderzoek naar het opzetten van een legale keten van coffeeshops was er overleg op het ministerie van justitie. Bij dit overleg was een vermeende stroman van De Hakkelaar aanwezig.
Octopus zou een autoverhuurbedrijf in Antwerpen hebben geëxploiteerd. Ook zou de organisatie 06-lijnen hebben gehad. Beide zaken zouden overigens niet erg succesvol zijn geweest. 
De organisaties en personen die in de media in verband zijn gebracht met Octopus en die divisies van Octopus werden genoemd:
- De organisatie van Johan V.
- De organisatie van Bertus K.
- De organisatie van Norbert S. en Leo H.
- Johan K.
- Ronald G.
- De organisatie van Cees H.
- Henk Orlando R.
- De organisatie van Charles Zwolsman
- Anton H.
 
Het Proces
De advocaten van de verdachten vroegen om een niet-ontvankelijkheid-verklaring van het OM omdat het OM een briefwisseling met één van de kroongetuigen had achtergehouden. Volgens de advocaten was dit strijdig met de toezegging van het OM om volledige openheid te betrachten rond de overeenkomsten met de kroongetuigen. In de briefwisseling was Ad Karman de halve toezegging gedaan dat het OM hem in de toekomst niet financieel zal plukken. De rechtbank achtte het OM op 20 januari 1997 echter wel ontvankelijk. De president van de rechtbank liet wel zijn ongenoegen blijken. De rechtbank had moeten weten wat er was afgesproken om een goede beoordeling te kunnen maken tussen de 'beloning' van de kroongetuige en diens tegenprestatie.