De bende van Oss

Tussen 1923 en 1935 zou men Oss hebben beschouwd als centrum van criminaliteit. In die periode vielen in de regio 24 doden te betreuren als gevolg van gewelddadige activiteiten zoals moord, doodslag, mishandeling, diefstal met geweld en brandstichting. Een groot deel van deze criminaliteit werd toegeschrevan een de zogenoemde 'Bende van Oss', al is de naam 'bende'  misschien wel misleidend. Het ging eerder om een bepaalde cultuur van zwijgen in brede kring, dan om een echte criminele organisatie. 
Een journalist schreef in zijn artikel over 'onveilig Oost-Brabant' in december 1928: Roofpogingen, aanrandingen en dergelijke boosdoenerijen, komen in Oostelijk Noord-Brabant in die mate voor, dat het vermoeden gewettigd is, dat een goed-georganiseerde dievenbende dit deel der provincie tot haar operatieveld gekozen heeft. Tal van plattelandsbewoners zijn er reeds de dupe van geworden. Wanneer men even nagaat waar de "heeren" tot nu toe op bezoek zijn geweest, dan behoeft het niet te verwonderen, dat man er van overheidswege over gaat denken, om tegenover die inbrekersmacht, versterkte politiemacht te gaan stellen, want het getal nachtelijke inbraken wordt zoo groot, dat de politie daartegen op het oogenblik absoluut machteloos staat. Bijna geen plaats werd gespaar en 't eene geval is in brutalen opzet en uitvoering al erder dan het andere. Dit bleek o.m. uit den brutalen roofoverval te Oploo, waarvan de(n) dader(s) jammer genoeg door de politie niet gevonden zijn, maar dat bleek ook uit de nachtelijke inbraken te Boekel, Mill, Oss, Heesch, Uden en verschillende andere plaatsen. Ze gaan tegenwoordig op stap, soms nemen ze een auto mee, trappen hier of daar een ruit in, ontzetten deuren of ramen, verzetten brandkaste als blokkendoozen, nemen wat er te nemen is, doen zich te goed zooland de voorraad strekt aan eieren of andere versterkende spijzen, en gaan al fuivende op zoek naar geld. Ze trekken van plaats naar plaats en maken het de politie niet gemakkelijk.
Een forensisch psychiater formuleerde het in 1933 zo: "de solidariteit, het goed georganiseerde complot, de onherroepelijkheid van hun bedreigingen en de uitvoering daarvan maakt die grote familie van misdadige elementen tot een hoogst gevaarlijke, brutale en meer en meer op een Amerikaanse bandietengemeenschap gelijkende bende. Ze verraden elkaar niet, en ze bedreigen hen die kunnen getuigen, met moord. En vroeg of laat houden ze hun woord. Ze staan als één man vijandig tegen alles wat politie of justitie is."
Op een vergadering van het Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap in december 1933 noemde een van de sprekers als oorzaak van de zwijgzaamheid van de Osse gemeenschap een privilege dat in 1399 aan Oss was verleend. Het privilege zou er uit hebben bestaan dat geen Ossenaar wegens een halsmisdaad bij de bevoegde autoriteiten zou worden aangeklaagd als er niet twee inwoners van Oss tegen hem getuigden. Dit privilege zou een bron van zwijgzaamheid en corruptie zijn geworden en volgens de spreker een bron van misdadige neigingen. Tot 1795 bleef dit privilege geldig en zou het Ossenaren stelselmatig hebben opgevoed in het halsstarrig zwijgen als getuige in strafzaken.
De politie stond lange tijd machteloos. Dit leidde tot vragen in de Tweede Kamer. Zo vroeg het Tweede Kamerlid Schaepma de minister van Justitie in november 1930 of de minister kennis had genomen van de vele inbraken en roofovervallen in Noord-Oostelijk Noord-Brabant en dan met name in Alem en Oss en of de minister er ook van overtuigd was dat een tekort aan politiepersoneel reden gaf tot grote bezorgdheid en onrust onder de bevolking. Hij wilde van de minister weten of die bereid was te overwegen om, al was het slechts tijdelijk, de politiemacht in de streek te versterken.
In 1934 werd de marechaussee met 15 man versterkt. De opsporing werd intensiever en dat werkte. Tientallen processen-verbaal werden opgemaakt en in de jaren 1934 en 1935 worden ongeveer 300 misdrijven opgelost. Er werden ongeveer 50 van die zaken door de rechtbank en later het gerechthof behandeld, met in totaal 155 verdachten.
Aan het eind van de 19e eeuw was er in Oss al een eerste periode met veel criminaliteit geweest. In november 1886 werd wachtmeester Hoekman commandant van de marechaussee in Oss. Hij was zeer actief en bestreed de criminaliteit in Oss zoveel hij kon. In het voorjaan van 1893 lukte het hem om een zaak van ernstige mishandeling op te lossen. Twee van de beruchtste personen in Oss konden worden veroordeeld. Enkele andere onderzoeken van Hoekman waren zover gevorderd dat de daders kans liepen te worden gestraft. Voor die zaken voor de rechter konden worden gebracht, werd Hoekman echter vemoord. Na de moord op Hoekman werd de marechaussee tijdelijk met enkele mannen versterkt en daalde het aantal misdrijven in Oss aanzienlijk, ook omdat ongeveer 20 mannen naar Amerika emigreerden na de moord op Hoekman.
Enkele van de zaken:
 De moord op wachtmeester Gerard Hoekman
Op zondagavond 26 maart 1893 omstreeks half 12 werd wachtmeester G. Hoekman van de Marechausee in Oss doodgeschoten ter hoogte van de “Eikenboomgaard”, een straat in Oss, tegenover het woonhuis van mevr. W.. Er werden twee schoten op hem afgevuurd. Hoekman verleed korte tijd later. Hij liet een vrouw en 5 kinderen achter, van wie de jongste slechts enkele dagen oud was. Hoekman zou bijna met pensioen gaan. 
Er werd een verdachte van de moord aangehouden. 
Door het OM in Den Bosch werd een beloning van 2500 gulden uitgeloofd voor de persoon die informatie kon geven die zou leiden tot de oplossing van de moordzaak. 
Op 11 april 1893 werd Antoon van Berkum uit Oss aangehouden. Hij werd verdacht van de moord op Hoekman of van betrokkenheid bij de moord. Hij was een zoon van de beruchte kuiper Van Berkum, bijgenaamd De Baron. Zowel de Baron als zijn zoons zouden ‘in een slecht blaadje’ hebben gestaan. 
Op 17 april 1893 werd het graf van Hoekman geschonden. 
In de nacht van zondag 16 april op maandag 17 april werden in Oss Gijp van Gelderen, F. de Bie en een zekere Van Galen gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord op Hoekman. Op 18 april werden ze naar Den Bosch overgebracht. Op maandag 15 mei 1893 werd Petrus de Bie gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord. 
Op 14 juni 1893 werd Antoon van Berkum veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf voor mishandeling. 
Op 14 september 1893 werd in Den Bosch de zaak behandeld tegen Gijp van Gelderen, een oud Oost-Indië militair. Hij werd aangeklaagd omdat hij in november 1892 een moordaanslag zou hebben gepleegd op dhr. J. de Bruijn, opzichter in de margarinefabriek in Oss. 
Op 4 oktober 1893 werd rechtsingang verleend tegen Gijp van Gelderen, Antoon van Berkum, J.G. en Petrus de Bie, allen uit Oss en beschuldigd van betrokkenheid bij de moord op Hoekman. Als raadsman is hun toegevoegd mr. J.A. Loeff. De 5e verdachte, A. van Galen, werd op last van de officier van justitie op vrije voeten gesteld. Op 7 november 1893 begon de rechtszaak tegen het viertal. Er waren niet minder dan 64 getuigen en deskundigen opgeroepen. De beklaagden:
- Gijsbertus van Gelderen (30) oud Oost-Indië militair, thans jager.
- Antonius van Berkum (23) kuiper
- Johannes Gratianus “Cis“ de Bie (27) boterwerker. 
- Petrus de Bie (33) 

Gijsbertus van Gelderen zou de schutter zijn geweest en de anderen medeplichtigen. De vrijgelaten verdachte Adrianus van Galen trad op als een belangrijke getuige. 
Op 21 november 1893 werd Van Gelder schuldig bevonden en veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Van Berkum werd tot 15 jaar veroordeeld en de beide De Bie’s werden, na een eis van 15 jaar, vrijgesproken. 
De broers De Bie werden op 24 februari 1894 opnieuw aangehouden. De zaak werd op 15 maart 1894 in hoger beroep behandeld. Op 16 maart kwam de officier met een eis van levenlang tegen Van Gelder en tegen de andere drie 15 jaar. 
Op 29 maart 1894 werd Gijsbertus van Gelder veroordeeld tot levenslang, Van Berkum tot 10 jaar en Cis de Bie en Petrus de Bie tot 15 jaar. 
Jan en Piet de Bie werden begin april aangehouden voor het plegen van meineed tijdens de beroepszaak. Ze werden later tot drie jaar veroordeeld. 
Op 12 juni 1894 verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de veroordeelden en op 20 juni 1894 werden de veroordeelden overgebracht naar de gevangenis in Groningen. Later zaten ze gevangen in Leeuwarden. 
Op 22 december 1894 diende een zaak tegen Martinus van Berkum, bijgenaamd De Baron (48), herbergier en kuiper uit Oss Hij zou onder bedreiging en misleiding en door giften en beloften de gebroeders Jan en Piet de Bier bewogen hebben om bij het gerechtshof een valse verklaring af te leggen. Van Berkum was niet bij de zitting aanwezig. Er werd zes jaar cel tegen hem geëist. Hij werd conform de eis veroordeeld. 
Piet de Bie werd in januari 1897 van de gevangenis in Groningen overgebracht naar een krankzinnigengesticht. 
Martinus van Berkum en Johannes Gratianus “Cis’ de Bie stonden in januari 1895 terecht voor schennis van het graf van wachtmeester Hoekman. Er werd tegen Van Berkum een jaar cel geëist en tegen De Bie vier maanden. 
Overval op broers Piet en Antoon Verhoeven
Op 16 mei 1934 werden de broers Verhoeven in hun woning aan de Maasdijk in Oyen overvallen en mishandeld door 3 personen. De 67-jarige Antoon Verhoeven werd met een bijl geslagen en kwam om het leven en de 60-jarige Piet Verhoeven raakte ernstig gewond. De buit van de overval bestond uit ongeveer 40 gulden.
De 23-jarige A. de B. en de 18-jarige Van C. werden gearresteerd als verdachten. Vrij snel daarna werd ook B. uit Oss gearresteerd. De twee andere verdachten werden in zijn woning aangehouden.
Moord op Gerrit de Bie op 9 augustus 1933
Op 9 augustus 1933 vonden spelende jongens in een weiland aan de Berghemscheweg in Oss het lichaam van een 19-jarige man uit Oss, Gerrit de Bie. Hij bleek met tussen de 60 en 70 messteken om het leven te zijn gekomen. De man zou verdachte zijn geweest van diverse misdrijven in Oss en omgeving. Volgens de media zou hij zijn vermoord door medeverdachten. Een week voor hij werd vermoord zou de vader van Gerrit de Bie hebben ontdekt dat Gerrit een steekwond in zijn rug had opgelopen. Gerrit had geweigerd te vertellen hoe aan de steekwond was gekomen.
Een 18-jarige neef van de man, Piet de Bie, werd nog dezelfde dag gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord.
De officier van justitie bij de rechtbank in Den Bosch loofde een beloning van 200 gulden uit voor personen die informatie konden verstrekken die zou leiden tot de veroordeling van de dader of daders van de moord op De Bie.
De moord vertoonde sterke gelijkenis met de moord op J. van der Pas. Die was in hetzelfde weiland gevonden.
Piet de Bie kwam op 24 november 1933 vrij weens gebrek aan bewijs.
De moord op J. van der Pas
J. van der Pas was een caféhouder aan de Berghemschenweg in Oss. Op 9 november 1932 werd zijn zwaar verminkte lichaam op een weide gevonden door landbouwer Faassen uit de Spaanderstraat. Faassen wilde zijn paard naar de weide brengen toen hij op ongeveer 400 meter afstand een man in het gras zag liggen. Hij dacht dat het een zwerver was, maar toen hij dichterbij kwam zag hij dat de man dood was en dat het lichaam onder het bloed zat.
Het bleek dat J. van der Pas door twee revolverschoten was geraakt in zijn rug en dat hij bovendien twee schotwonden in de armen had. Een dag voor hij werd gevonden was Van der Pas 30 jaar geworden.

Gevecht tussen marechaussee en bende van Oss

In de nacht van maandag op dinsdag (bij 20 juni 1934) vond een treffen plaats tussen enkele marechaussees en een groot aantal leden van de beruchte bende te Oss.
Op maandag was een zekere van O. vrijgekomen na een gevangenisstraf van 3,5 jaar. Er werd voor hem een groot feest gehouden in de woning van Van O. op het Achterschaijk. Al spoedig was iedereen onder invloed en onstond er onenigheid. Vijf marechaussees surveilleerden de gehele avond in de omgeving van de woning. Rond 1 uur gingen een aantal feestgangers elkaar te lijf met messen, waarbij de 28-jarige Van B. een messteek in de borst opliep. Hij werd levensgevaarlijk gewond afgevoerd naar het ziekenhuis.
De andere feestgangers richtten zich daarna tegen de marechaussees die daarna moesten optreden en van de sabel gebruik moesten maken.
Van O. werd door de marechaussee weer gearresteerd.
Enkele van de verdachten:
Martinus van Berkum
Bijnaam: "De Baron" (D'n B'ron)
Martinus van Berkum werd op 16 november 1846 geboren in Oss. Hij zou worden beschouwd als een van de voormannen van de 'Bende van Oss'. Van Berkum werd genoemd als opdrachtgever voor de moord op wachtmeester Hoekman en mogelijk was hij ook bij de uitvoering van de moord aanwezig. Na de moord emigreerde Van Berkum naar de USA. 
Petrus Wilhelmus de Bie
Bijnaam: "Piet"
Piet de Bie werd geboren op 11 maart 1915  in Oss. Hij werd veroordeeld voor de moord op Gerrit de Bie en enkele overvallen. De Bie was een kleinzoon van één van De Bie's die betrokken was bij de moord op wachtmeester Hoekman in 1893. 
Wilhelmus Martinus de Bie
Bijnaam: "Winke"
Wimke de Bie werd op 9 april 1918 geboren in Oss. Hij werd vermoord voor de moord op Antonius Verhoeven en de zware mishandeling van Petrus Verhoeven. 

bronnen: 
Frans Ceelen (http://www.bhic.nl
Pieter Roskam (http://roskamox.nl/)
http://www.marechausseesporen.nl