- Jozef F.
- "Sjef"
- Sjef F. werd geboren in 1941. Hij kwam uit Terneuzen en groeide op als zoon van "Witte Marien", de uitbater van café De Kraaghoeve even buiten Terneuzen waar veel smokkelaars kwamen. F. hield zich in de jaren-50, zo rond zijn 18e, bezig met de smokkel van boter tussen Nederland en België.
F. zou bekend hebben gestaan als een ‘gentleman-smokkelaar’. Toch reed hij eens vol gas achteruit met zijn pantserwagen in op een Belgische douanewagen. De wagen van de douaniers zou vervolgens achter de pantserwagen zijn blijven hangen en pas een stuk verder zijn afgeschud.
F. stond model voor de hoofdpersoon in de film 'De Zwarte Ruiter' uit oktober 1982, geproduceerd door Joop van den Ende.
Na de botersmokkel zou hij zich zijn gaan bezighouden met het illegaal stoken van drank. Ook smokkelde hij sigaretten en mensen. In 1971 verdacht Scotland Yard hem van grootschalige smokkel van illegale Pakistanen naar Engeland. Met een voormalig viskotter zouden de Pakistanen zijn vervoerd voor 4700 gulden per persoon.
Volgens F. betaalden de Pakistanen hem met pakjes Pakistaanse hasj en zo zou hij de overstap hebben gemaakt naar de smokkel van
hasj.
- In september 1976 werd F. op 35-jarige leeftijd aangehouden in Hellevoetsluis met 3500 kilo hasj in zijn auto. Hij werd samen met de Amsterdammer Ferry F. aangehouden. Volgens de politie was met de arrestatie van
F. en F. een belangrijke toevoer van verdovende middelen afgesneden. De hasj was vermoedelijk afkomstig uit Libanon.
Het verhoor van de twee gearresteerde mannen zou moeizaam verlopen omdat het tweetal bang zou zijn voor represaillemaatregelen en daarom niet echt mededeelzaam zou
zijn.
In de jaren-80 zat hij in Mechelen in België een straf van 7 jaar uit voor de smokkel vn 2500 kilo hasj.
Op 1 december 1992 werd F. gearresteerd in Sas van Gent. Hij was in België op de opsporingslijst gezet en vlak bij de grens was hij door de rijkswacht staande gehouden voor een routine-controle. F. had vol gas gegeven toen een agent bij hem in de auto stapte om zijn papieren te controleren. Samen met de agent was hij vervolgens de grens overgereden. Daar was hij door de rijkswacht tot stoppen gedwongen. F. zou vervolgens hebben geëist dat er Nederlandse politie bij moest komen omdat hij vreesde dat hij mee zou worden genomen naar België waar hij een veel hogere straf zou krijgen dan in eigen land.
F. werd op 6 februari 1995 in Brugge tot 8 jaar cel veroordeeld voor een hasjtranport van 11 ton hasj dat op 23 april 1994 op de Noordzee ter hoogte van de Doggersbank werd onderschept op de schepen Le Berceuse en Orka. F. werd gezien als financier en organisator van dit transport. Tot de andere verdachten zouden ook Frits Adriaanse en twee neven van Jack S. uit Volendam hebben behoord.
Op 29 maart 1995 werd F. in Gent tot 10 jaar als hoofdverdachte van een internationale hasjbende met vertakkingen in de xtc-wereld. Deze bende zou gebruik hebben gemaakt van de schepen Nemo of Genua/Ambrosia en Brazzaville. Vanuit Libanon en Marokko zouden via Italië en routes langs Schotland duizenden kilo’s hasj gesmokkeld zijn. In november 1992 werd op de Nemo of Genoa ruim 4000 kilo hasj gevonden toen het schip in de haven van het Italiaanse Fiumicino lag. Het schip werd korte tijd later vrijgegeven en omgedoopt tot Ambrosia en vervolgens opnieuw gebruikt bij hasjsmokkel. Een half jaar later, in juli 1993 liep het schip in Noord-Schotland op de klippen. Er werd 4000 kilo hasj aangetroffen in het wrak. In november 1993 werd in de Straat van Gibraltar de Brazzaville geënterd door de Spaanse marine. Aan boord werd 40.000 kilo hasj aangetroffen. Ook werd een hasjbesteldienst vanuit Amsterdam naar Denemarken, Zwitserland en Engeland ontmanteld en in Maastricht werd een xtc-lijn naar Rome opgerold.
De totale straf in België werd later van 18 tot 10 jaar teruggebracht. F. was bij beide zaken afwezig omdat hij vastzat in Middelburg op verdenking van het leidinggeven aan een criminele organisatie.
Op 21 maart 1995 werd F. in deze zaak gearresteerd door een speciaal rechercheteam van de regiopolitie Zeeland. Er werden die dag door 150 Nederlandse en 30 Belgische agenten invallen gedaan op 29 adressen en behalve F. werden er nog vier verdachten uit Zeeuw-Vlaanderen gearresteerd. Bij de huiszoekingen werden vuurwapens, tientallen kilo’s hasj, 250.000 gulden cash en administraties in beslag genomen.
Volgens een woordvoerder van de regiopolitie Zeeland hadden 17 rechercheurs van de groep Zware Georganiseerde Criminaliteit vanaf begin 1994 onafgebroken aan het onderzoek tegen F. gewerkt met als doel alle lijnen van de bende bloot te leggen. Het ging volgens de woordvoerder niet in de eerste plaats om verdovende middelen te onderscheppen, maar om het bewijsmateriaal te verzamelen dat F. aan het hoofd stond van een criminele organisatie, die internationaal opereerde.
Na de huiszoekingen zouden ook de FIOD, de douane, de CRI, de Belgische justitie en het bureau Financiële Onderzoeken bij het onderzoek zijn betrokken.
De organisatie van F. zou een omzet van enkele tientallen miljoenen hebben gehad.
In 1997 kwam F. vrij.
Op 3 april 2001 werd er geëist dat Sjef F. 16 miljoen gulden aan de staat zou moeten betalen. Uiteindelijk werd dat teruggebracht tot 1 miljoen. Op 4 november 2003 werd hij gearresteerd in Lelystad op verdenking van grootschalige smokkel van xtc naar Australië. In maart 2005 werd hij tot 7 jaar cel veroordeeld door de rechtbank in Middelburg. Die straf werd in hoger beroep behoorlijk lager.
Op 3 februari 2007 verscheen een artikel over hem in de Brabantse krant BN/DeStem waarin hij zijn pensioen aankondigde.
 |
|
 |