Taskforce B5

In november en december 2010 deden zich in Helmond en Eindhoven enkele ernstige delicten voor. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat deze incidenten te maken hadden met de georganiseeerde drugscriminaliteit. Deze zware vorm van criminaliteit zou in Brabant een directe bedreiging vormen voor de openbare orde en de veiligheid.
In juli 2010 was al besloten tot een nauwere samenwerking tussen de steden Breda, Eindhoven, Helmond, Tilburg en 's-Hertogenbosch (B5), de drie politiekorpsen in die steden en twee arrondissementen van het OM. Aanleiding voor die samenwerking was een rapport van de Commissie Vlek. Deze commissie had onderzoek gedaan naar de onderliggende criminogene factoren die de oorzaak zouden zijn van de aanhoudend slechte scores in verschillende veiligheidsindexen van met name Eindhoven, Tilburg en 's-Hertogenbosch.
De gebeurtenissen in de regio Brabant-Zuid-Oost in november en december leidden tot een versnelling van die samenwerking, die bekend kwam te staan als de Taskforce B5. Op initiatief van de burgemeester van Eindhoven vond een spoedoverleg plaats tussen Minister Opstelten (Veiligheid en justitie), de burgemeesters van de B5-steden en de leiding van politie en OM in Brabant. Minister Opstelten gaf in dit overleg aan dat al het nodige gedaan zou worden om een succesvolle aanpak van de drugscriminaliteit in Brabant mogelijk te maken.
De Taskforce B5 bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Brabantse steden, nationale recherche, politie, belastingdienst en OM. De Taskforce moest alle maatregelen coördineren die nodig waren om de georganiseerde criminaliteit in Brabant terug te dringen. De burgemeester van Tilburg, de heer Noordanus, zou mede leiding gaan geven aan de Taskforce. Nico Laagland, de directeur van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD), zou de Taskforce gaan leiden vanaf 1 februari 2011. Hij moest in de twee daaropvolgende jaren een nieuwe, structurele aanpak van de georganiseerde criminaliteit ontwikkelen. 
De drie regiokorpsen in Brabant vormden één team dat langdurig de georganiseerde hennepteelt moest gaan aanpakken. De Nationale Recherche zou ondersteuning gaan leveren aan onderzoeken naar drugsgerelateerde georganiseerde criminaliteit. Waar nodig zou ook de Koninklijke Marechaussee ingezet kunnen gaan worden. Het OM zou de regie voeren op de strafrechtelijke aanpak en zou een actief vervolgingsbeleid gaan volgen. Op bestuurlijk niveau zouden maatregelen worden getroffen zoals het sluiten van coffeeshops en drugspanden als daar aanleiding voor zou zijn en zou BIBOB optimaal ingezet moeten gaan worden. De belastingdienst zou fiscale naheffingen gaan opleggen en het afnememen van crimineel vermogen moest worden geïntensiveerd.
Op 20 oktober werd bekend dat de Taskforce sinds de oprichting 1265 verdachten had aangehouden en 800 hennepkwekerijen met 250.000 planten had opgerold. Ook zou er voor miljoenen euro's zijn geïnd. Volgens de Taskforce waren 3 criminele organisaties opgerold en zou de taskforce nog elf organisaties in het vizier hebben. Minister Opstelten stelde 2 miljoen euro extra beschikbaar voor de Taskforce om de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit nog te kunnen intensiveren. 
In december 2011 benadrukte minister van Justitie Opstelten dat de resultaten van de Taskforce goed waren. Er zouden op dat moment veertien criminele groeperingen worden aangepakt. Volgens de minister zou de werkwijze van de Taskforce een voorbeeld voor de rest van Nederland moeten zijn.