- In verband met die partij hasj werden 10 personen gearresteerd,
onder wie een 47-jarige Brit en een 49-jarige inwoner van Workum, de
hoofdverdachten in deze zaak. In totaal arresteerde de politie 38
personen in de loop van het Poema-onderzoek. Het Openbaar Ministerie
(OM) beschuldigde de Brit en de Workumer van 4 henneptransporten,
van in totaal 40.000 kilo, en het deelnemen aan een criminele
organisatie. Naast de onderschepte transporten met de Guerrero en de
Canute en de partij in Hindeloopen, zouden in september 1998 nog
twee transporten met de Blue Spirit en de Judith plaats hebben
gevonden.
- Op 22 juni 1999 begon het proces tegen de Workumer en de Brit.
Op de eerste dag van het proces besloot de rechtbank om de strafzaak
aan te houden tot september. De Brit kwam na 6 maanden voorarrest op
vrije voeten.
- Op 20 september 1999 ging de rechtszaak verder. De advocaat van
de Workumer, Kees Korvinus, hekelde de opsporingsmethoden die de
politie zou hebben gebruikt in het onderzoek naar de handel en
wandel van zijn cliënt. Volgens hem was het gebruik van
observatieteams, camera's en peilzenders in de beginfase van het
onderzoek een schending van de privacy van zijn cliënt. De bewijzen
voor de betrokkenheid van de man zijn volgens Korvinus onrechtmatig
verkregen en hij vroeg de rechtbank dan ook om het OM
niet-ontvankelijk te verklaren. Dat verzoek werd afgewezen. Het OM
eistte tegen de man een celstraf van 5 jaar. Op 21 september moest
de Brit voor de rechtbank verschijnen maar hij kwam niet opdagen.
Bij de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in juni was
afgesproken dat hij zich wekelijks zou melden bij de politie. Dit
had hij tot begin september ook gedaan. Zijn advocaat had ook geen
flauw idee waar zijn cliënt zich bevond. Tegen de man werd 2,5 jaar
cel geëist. Volgens het OM was de Brit een organisator die behoorde
tot het middenkader van de criminele organisatie van de Workumer.
- De rechtbank veroordeelde de Workumer en de Brit aan het eind
van november 1999 tot respectievelijk 4 jaar en 2 jaar celstraf. De
Workumer, de advocaat van de Brit en het OM gingen allen in beroep
tegen de uitspraak.
- Op 23 mei 2000 werd er in hoger beroep 4 jaar cel tegen de
Workumer geëist. Aan het begin van juni 2000 werd hij tot 3,5 jaar
veroordeeld. Hij tekende tegen die uitspraak cassatie aan bij de
hoge raad.
- Op 17 januari 2001 werd de voortvluchtige Brit opgepakt in
Engeland.
- In september 2001 maakte het OM bekend dat het zo'n 10 miljoen
gulden zou vorderen van de Workumer. In september 2002 werd er
uiteindelijk 2 miljoen euro van hem gevorderd. Als hij die niet zou
betalen, zou hij 72 maanden de cel in moeten. De rechtbank
veroordeelde hem in oktober 2002 tot het betalen van bijna 1,2
miljoen euro. Zowel het OM als de verdachte gingen tegen die
uitspraak in beroep.
- Tegen de Britse verdachte werd op 13 januari 2003 bij verstek 2
jaar celstraf geëist in de hoger beroepzaak. Hij was in het
voorjaar van 2001 op borgtocht vrijgelaten in Engeland in afwachting
van een beslising over het uitleveringsverzoek van Nederland. Op 27
januari 2003 werd hij tot 2 jaar cel veroordeeld.
- Op 10 april 2006 beslistte het gerechtshof in Leeuwarden dat de
Workumer ruim 1 miljoen euro moest betalen aan de staat.
|