Georganiseerde autocriminaliteit

 

Tussen 1995 en 2002 werden er jaarlijks rond de 30.000 gemotoriseerde voertuigen gestolen. In 2003 waren dat er nog rond de 25.500. 
De gemiddelde aanschafwaarde van de gestolen voertuigen lag op 22.000 euro. Van alle gestolen voertuigen waren er rond de 80% van de volgende 10 merken: Volkswagen, Opel, Mercedes, Renault, BMW, Peugeot, Ford, Audi, Volvo en Seat. 
Van de gestolen voertuigen zou in 2003 67% teruggevonden zijn en volgens schattingen wordt ongeveer 10% van de diefstallen opgehelderd.

 

Er worden 3 types autodiefstallen onderscheiden:
1. Diefstal voor eigen vervoer (tijdelijk gebruik).
2. Diefstal i.v.m. het plegen van een ander delict (overvallen, ramkraken of als vluchtauto).
3. Diefstal om financiële redenen.
 
In 1996 werd er onderzoek gedaan naar georganiseerde autodiefstal in Nederland. Er werd geconcludeerd dat de opsporing van autodiefstalgroepen geen hoge prioriteit had. De divisies Georganiseerde Criminaliteit richten zich sterk op de drugshandel en andere vormen van georganiseerde criminaliteit. In het onderzoek werd onderscheid gemaakt tussen Nederlandse en buitenlandse groepen.
De autochtone groepen zouden vaak uit rond de 5 personen bestaan. Deze personen kennen elkaar doorgaans al jarenlang en komen vaak uit 1 familie. Naast autodiefstal zouden deze groepen zich ook bezighouden met andere delicten, zoals diefstal, fraude, inbraak, heling, overvallen, geweldpleging en mishandeling. Een aantal onderzochte groepen zou samenwerken met Russen, Armeniërs, Joegoslaven of Polen.
Vanaf 1993 komen er steeds vaker internationaal samengestelde groepen voor. Het gaat dan vooral om groepen die bestaan uit Letten, Joegoslaven, Russen, Armeniërs en Polen. Deze groepen stelen de auto's in Nederland en verplaatsen ze naar de thuislanden waar een grote vraag naar Westerse auto's is. Deze buitenlandse bendes zijn vaak groter dan de autochtone groepen en ze werken vaak met specialistische autodieven en koeriers om de auto's naar de thuislanden te brengen. De groepen maken daarvoor gebruik van de infrastructuur in Europa en de havens van Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam.
Het merendeel van de gestolen auto's wordt in het buitenland verkocht. De laatste jaren lijkt er een verzadiging van de markt op te treden in Oost-Europa. De 'nieuwe' afzetgebieden zouden Noord- en West-Afrika, het Midden-Oosten en wellicht ook de USA zijn.
In augustus 2007 publiceerde de Stichting Aanpak Voertuigencriminaliteit de cijfers van autodiefstallen uit de eerste helft van dat jaar. Er werden 5968 personenauto's gestolen. De meest populaire types waren de Volkswagen Golf, de Ford Escort en de Opel Corsa. Het aantal diefstallen in de eerste helft van 2007 was overigens met 8% gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2006. Criminele organisaties zouden vooral jongere auto’s stelen. Het aantal diefstallen van auto’s jonger dan vier jaar daalde wél, maar minder dan gemiddeld, met slechts 4%. Bij de jonge auto’s ging het vooral om Volkswagen (285 gestolen), Audi (116 gestolen) en Opel (105 gestolen). Het terugvindpercentage van de jonge gestolen auto’s is gemiddeld 33%. Van de jonge Volkswagens werd echter slechts 24% teruggevonden. In de categorie jong gestolen scoort alleen Seat met een terugvindpercentage van 14% nog lager. Vermoedelijk worden gestolen Seats veelal direct gedemonteerd en als onderdelen verkocht.
 
 
Enkele 'headlines' over autocriminaliteit:
16 december 2011 Volkswagens in trek bij dieven in Veldhoven